Opleidingsaanbod sturen verlaagt werkloosheid

Werkloosheid door verkeerde MBO opleidingenIk weet nog hoe lastig het was om een beroepsopleiding te kiezen. Je eindigt met zo’n shortlist aan opties, waarop je geen ‘iene miene mutte’ los wilt laten. Dan ben je blij als je eindelijk die weloverwogen beslissing hebt gemaakt in samenspraak met je studiebegeleider. Heeft de gemiddelde student inderdaad met de juiste motieven vooruit gekeken? In een veranderende arbeidsmarkt en bedrijfsleven is het essentieel dat er in de opleidingen al wordt gekeken of arbeidsvraag en opleidingsaanbod wel stroken, niet alleen vaktechnisch ook qua niveau. Werkgevers vragen voor bepaalde functies tegenwoordig een hoger niveau. Natuurlijk is het belangrijk dat de opleidingskeuze past bij de interesses, maar toekomstperspectief moet wel de alles beslissende rol spelen. Wat heb je aan een studie als het werkloosheid oplevert?

Vooral MBO scholieren worden geconfronteerd met deze problematiek, des te meer in deze crisistijden. Resultaten uit het onderzoek van FNV Jong laten zien dat veel van deze jongeren nog altijd zwichten voor de populaire studies, ondanks de slechte prognoses in de arbeidsmarkt. Om een beeld te schetsen, hieronder een overzicht van de populairste opleidingen die onlangs werd gepubliceerd :

Opleiding

 Kans op werk

  • Verzorgende-IG BBL (niv. 3) 
  • Helpende zorg & welzijn (niv.2) 
  • Pedagogisch medewerker, kinderopvang (niv.3)
  • Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent (niv. 1) 
  • Onderwijsassistent (niv.4) 
  • Verkoper detailhandel (niv.2)
  • Medewerker maatschappelijke zorg (niv.3) 
  • Financieel administratief medewerker (niv.3) 
  • Medewerker beheer ict (niv.3) 
  • Marketingmedewerker (niv.4) 
Goed
Gering
Gering
Matig
Gering
Goed
Matig
Ruim voldoende
Gering
Matig 

 

Wanneer ik matig en gering in het rood zet, ziet het overzicht er behoorlijk alarmerend uit. Waar ligt dat dan aan? Slechte studiekeuzebegeleiding? Hebben ouders te weinig zicht op de marktontwikkelingen? Beide, denk ik. Er mag in het aanlooptraject een stuk kritischer gekeken worden naar het individuele opleidingsvraagstuk, zodat ook de studenten zelf kritische vragen gaan stellen tijdens het keuzeproces. Laat ze vooruitkijken naar hun stageplek, hoe eenvoudig wordt het om die te krijgen? Dat zegt genoeg over beschikbaarheid van banen in die richting.

Belet de jeugd voor werkloosheid

Werkloosheid is voor jongeren vervelend, voor de economie net zo. We kunnen natuurlijk de crisis de schuld van alles geven, maar een groot deel wordt simpelweg veroorzaakt door een mismatch. Vraag en aanbod stemmen nauwelijks met elkaar overeen. Van de tien populaire mbo-opleidingen hebben zeven opleidingen uitermate slechte arbeidskansen. Toch schrijven leerlingen zich nog massaal in voor deze opleidingen. Een inschrijfstop vanuit de aanbieders zou logischer zijn, de overheid moet hier betere regels voor opstellen. Bijna 72.000 mbo-leerlingen kozen het afgelopen jaar voor een opleiding waarmee ze minder dan 40 procent kans hebben op een baan.

We moeten dus iets veranderen! Zo wordt bijvoorbeeld voor onderwijsassistent tegenwoordig vaak HBO gevraagd en voor functies in de zorg een minimum van MBO niveau drie. Is een studie van een lager niveau aanbieden dan wel zo handig? Het bedrijfsleven en opleidingen moeten beter op elkaar aansluiten, dus samen sparren over de behoeften in de markt. Misschien moet het hele studierichtingenstelsel wel van meet af aan ingericht worden. Ontwerp een flexibeler stelsel op basis van de ontwikkelingen in de werkgelegenheid. Hierbij hoort aansluitend dat studiekeuzetesten aangepast moeten worden, zodat het mee kan fluctueren met de arbeidsmarkt. Ook de verwachtingen ten opzichte van schaarste en de veranderende criteria van werkgevers worden dan enigszins gemanaged, wel zo eerlijk tegenover de leerlingen. Laat arbeidsrelevantie een leidende rol spelen in het samenstellen van het aanbod van opleidingen en geven van studieadviezen.

Meer praktijk voor MBO-leerlingen

Een flexibel aanbod van opleidingen gerelateerd aan de arbeidskansen biedt veel meer perspectief voor zowel werkgevers als toekomstige werknemers. We moeten het MBO aanbod koppelen het met een leerlingwezenstelsel. Dat betekent minimaal 60% van de opleiding meewerken. Meer bezig zijn in

de praktijk, minder kennis via theoretische methoden vergaren. Zo leren jongeren al vroeg te antiperen op praktijksituaties en bestendig te zijn aan de constante factor ‘verandering’. Met een stapel boeken alleen lukt dat niet. Laat opleidingen starten met schooljaren waarin meewerkstages worden gepland, om vervolgens door te stromen naar leerwerkovereenkomsten. Hierdoor duren opleidingen langer, maar treden leerlingen wel met de nodige rugzak de arbeidsmarkt binnen. Dit geeft een vloeiender verloop van de vergrijzing. Oud leert jong. De oudere generatie kan het werk langzaam afbouwen en gaat met pensioen zonder in grote mate schaarste te veroorzaken. De jongeren kunnen het werk in fases gaan overnemen en hebben daardoor meer kans op werk.

Flexibele inzetbaarheid van personeel bestaat al, doordat veel leraren en leermeesters als zzp’er werken. Zo creëren we bij leerlingen ook hele andere loopbaanverwachtingen. Ze leren omgaan met het tijdelijke karakter van werk. Dit past beter binnen de huidige maatschappij, waarin vaste contracten eerder uitzondering dan regel zijn!

 

 

Het vonnis luidt ‘lagere loonkosten ’

Lagere loonkostenIn de praktijk is flexibiliteit één van de dingen die je nodig hebt; het kunnen inspelen op pieken en dalen in arbeidsproductie. Deze efficiëntie maakt de totale arbeidskosten vaak een stuk lager. De huidige economie vraagt echter om een nog ingrijpendere maatregel om de Nederlandse economie en arbeidsmarkt weer op de rails te krijgen, namelijk lagere loonkosten. Loonverlaging? Niet direct, de consument moet wel geld kunnen uitgeven ten behoeve van het bedrijfsleven en de economie. Verlaag belastingen, begrens de uurlonen en stimuleer productiviteit. We willen toch dat iedereen weer aan het werk komt?

Goedkoper produceren

Mensen moeten vooral productiever worden. Dat betekent voor de werkgever dat hij zijn werknemers moet faciliteren om dit te kunnen doen; opleiden, vaardigheden aanleren en werkprocessen efficiënter inrichten. Wanneer we sec naar de loonkosten kijken als het gaat om arbeidskosten per product, vergist u zich dan alstublieft niet. De productiviteit kan van een werknemer met hoge loonkosten toch echt een goedkope kracht maken. Vast loon in combinatie met een target commissie is helemaal zo´n gek idee nog niet. Voor flexwerkers is er ook vast wel een dergelijke resultaatgericht formule te bedenken.

Ook de overheid moet hierin gaan bijdragen in plaats van alleen maar ‘kapot bezuinigen’. Als we met z’n allen water bij de wijn doen, wat krijgen we daar voor terug? Immers, de hoogte van loonkosten wordt bepaald door drie factoren, het brutoloon, de belasting en de premies. Een ander middel voor ondernemers om goedkoper te kunnen produceren – vooral in arbeidsintensieve organisaties – is verlagen of compenseren van belastingen. Hoe meer werkplekken een bedrijf heeft, des te meer belasting- en/of premiecompensatie? In mijn oren klinkt dat best redelijk vandaag de dag.

Paal en perk aan lonen van ouderen

Wat me eigenlijk in deze onzekere tijden voor de consument niet verrast, is dat volgens onderzoek blijkt dat  34 % van de Nederlandse werknemers bereid is om loon in te leveren ten behoeve van baanbehoud. Waarom dit dan niet als optie overwegen? Bij de doelgroep 50+ zit over het algemeen nog wel een marge in de uurlonen waarvan geschaafd kan worden. Natuurlijk mag opgebouwde kennis en ervaring beloond worden, maar laten we eerst eens grondig berekenen wat die kennis waard is in termen van productie en langetermijnvisie.

Meer mensen aan het werk

In 2013 zijn ruim 500.000 mensen werkloos in Nederland. De prognose voorspelt wederom een stijging van dit aantal. Op Europees niveau doen we het nog redelijk, maar laat het niveau van een land als bijvoorbeeld Spanje een afschrikwekkend voorbeeld zijn. Zodra de arbeidsmarkt weer in beweging komt door diverse loon maatregelen en de werkloosheid daalt, krijgt het bedrijfsleven zo’n impuls, dat we met elkaar weer meer kunnen uitgeven. Meer productie is meer banen en op termijn weer productprijsverlagingen op veel markten. We moeten samen een stapje terug doen om er weer twee vooruit te kunnen zetten.