De doorgeslagen flexibele schil

Handhaving-flexibele-schilIn de huidige arbeidsmarkt moeten mensen meer anticiperen op de fluctuerende omstandigheden, zodat ze aan het werk komen of blijven. Vaste betrekkingen liggen niet meer voor het oprapen. Daarnaast, de flexibele schil zoals we het kenden, is langzamerhand ook aan het verbasteren. Is de conclusie dat bedrijven alleen nog bezig zijn met het inrichten van financiële verdedigingstactieken om altijd de mogelijkheid tot inkrimping paraat te hebben? Want een grote flexibele schil kent echt niet alleen maar voordelen. Roulerende krachten moeten steeds weer worden opgeleid; bij gebrek aan opleiding en routine werkt dit bijvoorbeeld meer bedrijfsongevallen in de hand. Hoever mag een werkgever gaan en zich onttrekken aan verantwoordelijkheden? Wanneer is de flexibele schil nut en noodzaak en wanneer wordt het een te groot risico?

De maatschappij gaat nou eenmaal een verschuiving door als het gaat om verantwoordelijkheden en risico’s, een verschuiving van werkgever naar werknemer. De pensioenopbouw was hier wellicht het eerste voorbeeld van. Het gaat steeds verder. Deze veranderingen zullen we deels moeten omarmen, maar zolang de rest van de maatschappelijke ontwikkelingen hierin niet meegaan en de mogelijkheden voor flexibele krachten beperkt blijven, kunnen we mensen niet leren hoe ze hierop kunnen inspelen. Flexwerkers gebruiken als een instrument om je werknemers te behouden zonder ook maar enige verantwoordelijkheid te nemen voor het werkgeverschap, is het gevolg van een doorgeslagen benadering van tijdelijke contracten, detachering, payrolling en uitzendkrachten en zzp. Ik ben niet tegen flex maar het is zeker niet de juiste manier voor iedereen en elke functie.

Handhaving flex regelgeving

Het zijn niet alleen de regels die intermediairs (waaronder ik de uitzendbureaus ook even schaar) machtig maakt en soms zelfs ingangen geeft tot in mijn ogen bijna frauduleuze praktijken. Ik wijt het aan het volstrekte gebrek aan handhaving van alle regelgeving dat wanpraktijken niet bepaald ontmoedigt in combinatie met slechte cao’s voor uitzendkrachten. De huidige internationale scope van de arbeidsmarkt creëert meer mogelijkheden tot bijvoorbeeld malafide praktijken van uitzendbureaus door nog teveel lokale wetgevingen als het gaat om de Europese arbeidsmarkt. Het ontbreken van uniformiteit bemoeilijkt controle. Echter, een nieuw actieplan van de overheid is niet direct de oplossing. Wat heeft de arbeidsmarkt aan een plan met nog meer regels als het in de basis al ontbreekt aan handhaving? Daaraan toevoegend, ook werkgevers moeten maar eens meer verantwoording gaan dragen voor correct gedrag van de door hen in de hand genomen bureaus. Ze moeten gedwongen worden om de diverse arbeidsrelaties in te zetten zoals ze bedoeld zijn en beboet worden wanneer ze dat niet doen.

Twijfelachtige constructies om minimumloon, cao’s te ontduiken en de regelgeving rondom premieafdracht te misbruiken, is onacceptabel. Het brengt werknemers in meer onzekere omstandigheden, vooral wanneer partijen met elkaar in een gerechtelijk strijd geraken. Wie neemt dan verantwoordelijkheid voor de werknemers en wie gaat dan uiteindelijk voor het harde werk betalen? De vele mogelijkheden om flexibele krachten in te zetten, brengt ook werkgevers in een veel te dominante positie in de arbeidsmarkt. Het ontbreekt veel werknemers aan houvast, die veel mensen ten behoeve van gezonde leefomstandigheden wel nodig hebben. Dat geldt zeker voor hen die niet kiezen maar gedwongen worden voor flexibele inzet en het leven van contract naar contract moeilijk vinden.

Flex inzetten zoals bedoeld

Hoeveel gedetacheerde of uitzendkrachten worden voor lange duur ingezet op één en dezelfde core activiteiten van een onderneming? Dat werk moet dus duidelijk door een vaste kracht ingevuld worden. Hoeveel van de zzp’ers kiezen daadwerkelijk zelf voor deze vorm van ondernemerschap? Ouderen zijn vaak een kwetsbare groep door de relatief hoge (pensioen)lasten. In sommige sectoren voelt deze groep werknemers zich gedwongen zich als zzp’er aan te bieden, zodat ze op deze manier diezelfde ‘baan’ te behouden. Doen ze dat niet, worden ze vervangen door een andere zzp’er. Hard gelag. Je als werkgever verschuilen achter bemiddelingsbureaus of payrolling lijkt wellicht een makkelijke oplossing, maar komt de arbeidsmarkt niet ten goede. Ik kan me ook niet voorstellen dat het de productiviteit bevordert.

De overheid moet dus eerst beginnen met focussen op handhaving, waarbij keihard wordt ingegrepen op zogenaamd draaideur-flexkrachten en zzp’ers die jarenlang bij dezelfde partij een functie vervullen. Dit betekent bijvoorbeeld niet meer automatisch verstrekken van een VAR en veel meer controle op leiding en toezicht. Als er verder toch een nieuwe regel moet komen, verhoog het minimale uurloon in de uitzendbranche dan fors, want nu is het in mijn optiek die groep, naast de groep onvrijwillige zzp’ers, die nogal de klos is.

Ergo, verbeterkansen genoeg, maar het vraagt wel om een volledig ander actieplan. Dus beste werkgevers van Nederland, ga flex op een andere manier inzetten, om te vermijden dat jullie vanuit Den Haag regels opgelegd krijgen waar jullie niet blij van worden.

Schijnconstructies, een startblok voor prijserosie

bron: http://columns.skynetblogs.be

Massaal wordt er afgegeven op de Polen die in ons land ‘banen inpikken’. Hoe zit het nu in de realiteit? Met één Europa heb je weliswaar een groter speelveld, maar als je goed bent in wat je doet en je doet het voor een redelijke prijs, zou je de concurrentieslag toch op demografische factoren moeten winnen. Zelfs in economische crisistijden. Of spelen andere partijen stiekem een beetje vals binnen de mazen van de wet?

Nederlandse uitzendbureaus in Polen huren arbeidskrachten in tegen lokale tarieven. In Polen is dat zo’n vijfhonderd euro per maand. Vervolgens vult men dat aan met het dubbele aan onkostenvergoeding. Wanneer de Belastingdienst rond gaat met de pet, betalen de Nederlandse bureaus over deze vergoeding geen sociale lasten. De Polen daarentegen worden benadeeld wanneer zij in hun land toch belasting moeten betalen over de gehele 1500 euro. Door deze constructie kunnen uitzendbureaus een beduidend lager tarief rekenen, maar creëren ze ondertussen wel valse concurrentie.

Schijn bedriegt dus. Daarom roept de wethouder Weverling minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken op om in Europees verband aan deze constructie een eind te maken: ‘‘Het gaat hier om een probleem dat ongetwijfeld ook in andere sectoren speelt en waar de landelijke overheid met een oplossing voor moet komen. De constructie zorgt voor kortetermijnwinst, maar langetermijnellende.”

De ophef is aangewakkerd in de tuinbouw branche, maar ook in sectoren als de bouw en horeca verwacht ik dit soort constructies. Vooral in de bouw is bekend dat Poolse arbeiders voor enige opschudding zorgen op concurrentie vlak. Maar laten we de kwestie wel ten gunste van de markt blijven benaderen. De taken die Oost-Europeanen verrichten betreft ook vaak arbeid waar wij zelf onze handen niet aan vuil willen maken, daar valt onder andere het productiewerk in de tuinbouwsector onder.

Al eerder schreef ik over het mentaliteitsverschil, maar ook over het aansluiten van aanbod en behoeften. Vergis je niet, we hebben het hier niet altijd over de gastarbeiders uit de jaren zestig en zeventig. Er is genoeg werk waar niet voldoende kennis op eigen bodem voor rondloopt, zoals in de IT wereld. Vandaag de dag zijn de Oost-Europese arbeidsmigranten een stuk beter geschoold.

We moeten, behalve onze jongere generatie Nederlanders de juiste kant opsturen, de marktvraag van vandaag wel kunnen invullen. Waarom dan niet met arbeidsmigranten? We kunnen echter niet concurreren met het loonniveau van een land als Polen. De kosten zijn hier in het westen per slot van rekening ook veel hoger. Niet de profiteurs van de constructies moeten daarom aangepakt worden, maar de mazen in de wet. De overheid moet zorgen voor een constructie dat op internationaal vlak gelijkwaardige prijsniveaus creëert en prijserosie vermijdt. Zie het als een uitwisselingsprogramma waar iedere partij baat bij heeft en een internationaal speelveld ontstaat met gezonde concurrentie. Wie gaat anders het vuile werk doen en de kennisschaarste aanvullen?